Het verhaal van de regenboog

Op ’n dag gebeurt het dat de kleuren van de wereld met elkaar een verhitte discussie krijgen. Allen claimen dat zij de beste kleuren zijn. De meest belangrijke, de beste, de favoriet.


Groen  zegt:
“Natuurlijk ik ben de meest belangrijke. Ik ben het teken van leven en hoop. Ik ben gekozen voor het gras, bomen en bladeren. Zonder mij zouden alle dieren sterven. Kijk maar eens naar het landschap en je zult zien dat ik majestueus ben.”


Blauw  interrumpeert:
“Jij denkt alleen aan de aarde. Maar kijk eens naar de lucht en de zee. Het is toch het water die de basis vormt van al het leven. In de lucht bij de wolken en vanuit de oceaan.”


Geel  gniffelt zachtjes:
“Jullie zijn allemaal zo serieus. Ik breng de blijdschap, de vrolijkheid en de warmte in deze wereld. De zon, de maan en sterren hebben allemaal mijn kleur en iedere keer als je kijkt naar een zonnebloem, lacht de hele wereld. Zonder MIJ zou er geen vrolijkheid bestaan.”


Oranje  begint gelijk te blazen:
“En ik ben de kleur van gezondheid en levenskracht. Ik mag dan wel zeldzaam zijn, maar ik ben wel precies omdat ik zorg voor de behoeften van het menselijk leven. Ik draag de belangrijkste vitaminen, denk maar aan wortels, pompoenen, sinaasappelen en mango’s. Ik hang hier niet de hele tijd rond zoals jullie hoor, maar als ik dat wel doe dan vul ik de morgenstond en de avondkleur. Mijn Schoonheid is zó opvallend dat niemand van jullie aan mij kan tippen.”


Rood  kan het niet meer uithouden en schreeuwt:
“Ik ben bloed, leven gevend bloed. Ik ben ook de kleur van het gevaar en heldenmoed. Ik wil vechten voor een zaak, ik breng vuur in het bloed. Zonder mij zou de aarde leeg en dor zijn zoals de maan. Ik ben de kleur van passie en liefde en de roes, het puntje op de i.”


Paars  staat op in zijn hele omvang. Hij is erg groot en spreekt met grote luister:

“Ik ben de kleur van de koninklijke kracht van keizers, leiders en bisschoppen. Zij kiezen voor mij. Want ik ben het teken van de autoriteiten en wijsheid. Mensen vragen niets aan mij, zij luisteren en dienen.”


Indigo  spreekt uiteindelijk zachter dan de andere kleuren maar duidelijk met vastberadenheid:

“Denk eens aan mij, ik ben de kleur van de stilte. Jullie bemerken mijn aanwezigheid bijna niet. Maar zonder mij zouden jullie allemaal oppervlakkig zijn, zonder diepgang. Ik vertegenwoordig de gedachten en afspiegeling. Ik vertegenwoordig de schemerzone en de diepgang. Jullie hebben mij nodig voor de balans en het contrast, voor de gebeden en innerlijke vrede.”


De kleuren beginnen te pochen, ieder overtuigd van eigen gelijk, zijn of haar superioriteit. Hun gekibbel wordt luider en luider. Opeens is er een lichtende felle flits. De donder rolt en knalt door de ruimte, een regenhoos valt meedogenloos neer. Alle kleuren krimpen ineen van schrik, zoeken bescherming bij elkaar en boven het protest van de kleuren, het geluid van de donder uit, spreekt de regen opeens helder en luid: “Jullie domme, domme kleuren, om zo te vechten tegen elkaar. Ieder wil de ander domineren. Weten jullie dan niet dat jullie er zijn voor een speciaal doel, dat heel anders is en uniek? Geef elkaar eens een hand en kom naar mij toe.”

De kleuren doen wat de regen vraagt en maken een halve kring met elkaar. De regen gaat onverstoorbaar verder: “Van nu af aan als het regent, en de zon speelt hierop in, dan zal ieder van jullie door de lucht gaan, in een boog van kleuren als herinnering! Zodat jullie allemaal in vrede kunnen leven. Want de regenboog is een teken van vergeving en hoop voor de toekomst. En iedere keer als er een fikse regenbui de wereld weer gewassen heeft en de regenboog weer verschijnt, laat die ons herinneren dat wij de ander kunnen leren waarderen en respecteren.”

“Er is iets speciaals in ieder van ons. Een ieder heeft zijn eigen talent gekregen en zó is de mogelijkheid geschapen om verschillend te kunnen zijn. Als we ons daarvan bewust worden, verwerven wij door de kracht van onze visie de macht om de toekomst te vormen.”